Dina Boonstra ‘Betere bereikbaarheid versterkt de Kracht van het Noorden’

De verbetering van de bereikbaarheid van Noord-Nederland is een geweldige stap voorwaarts voor onze regio. Maar ons succes hangt niet alleen af van een Lelylijn of een Nedersaksenlijn. Ons succes regelen we vooral zelf.

Verbinden. Dat is het toverwoord voor de toekomst van Noord-Nederland. Of Noordelijk Nederland, waarover de onlangs verschenen brochure ‘Bouwstenen voor het Deltaplan’ rept. In die brochure door de vier grote noordelijke steden en de vier noordelijke provincies staan goede aanbevelingen om de economie en leefbaarheid van het Noorden te versterken. Helaas wordt de brochure hier en daar platgeslagen tot een ordinaire ruilhandel: leg de Lelylijn aan, dan bouwen wij huizen.

We zouden veel meer aandacht moeten hebben voor de verhoging van de economische kansen, mede veroorzaakt door de aanleg en verbetering van de spoorlijnen. Dat zijn niet alleen kansen voor Noord-Nederland, maar ook potentieel grote bijdragen aan de economie van heel Nederland.

Groeipotentieel

Laten we om te beginnen de term Deltaplan zien als een groeiplan met de Kracht van het Noorden. Dus niet als een plan dat insinueert dat Noord-Nederland gered moet worden van de ondergang, en dat die redding van buiten moet komen. Zo zit het niet. We moeten het vooral zelf doen. Met de Kracht van het Noorden kan dat ook. We kunnen onszelf flink versterken door in te zetten op kansrijke projecten.

Niet dat we de verbetering van de infrastructuur – het hoofdthema van de Noordelijk Nederlandse brochure – overboord moeten gooien natuurlijk. De aanleg van de Lelylijn en de Nedersaksenlijn, alsmede het verbeteren van het bestaande spoor, hebben zonder twijfel een gunstig effect en een positieve businesscase. Een betere verbinding met de rest van Nederland en Duitsland resulteert in het beter benutten van het economisch groeipotentieel in het Noorden, naast de verlichting van de woningbouwopgave in Nederland. Investeringen in Noord-Nederland zijn kortom niet alleen goed voor het Noorden. Ze dragen bij aan de economie van heel het land.

Samenhang

Betere bereikbaarheid moet gezien worden als nuttige bijdrage aan, niet als voorwaarde voor de economische vooruitgang van Noord-Nederland. Die komt ook niet vanzelf, we moeten daarvoor aan de slag. Trajecten als de Lelylijn nemen de hobbels weg die er nog altijd bestaan. Maar achter die hobbels is zat activiteit. Wij in het Noorden zouden er goed aan doen zelf die activiteit nog wat te verhogen, zodat de betere verbindingen des te meer effect hebben.

Verbinden is wat Noord-Nederland onderling ook moet doen, en niet alleen via het spoor. Economische initiatieven winnen in gezamenlijkheid aan kracht. We moeten er energie in gooien, investeringen doen, ambitieus zijn, onszelf versterken en de betere bereikbaarheid met de rest van het land zien als steuntje in de rug. Dat doen we het best door samenhang aan te brengen.

In Noord-Nederland gebeurt al genoeg dat als goed voorbeeld kan worden beschouwd. De brochure noemt al heel wat sectoren waarin we goed zijn en de kansen nog beter: de energietransitie met focus op waterstoftechnologie; medische technologie, groene chemie en healthy ageing; slimme en circulaire (maak)industrie; de circulaire economie; productie van gezonde voeding; veilig water. Alstublieft, dat is een rijtje om trots op te zijn.

Kopgroep

Laat me er een paar uitpikken. De startupcultuur bloeit hier als nooit tevoren, mede dankzij een uitgebreid netwerk aan incubatorfaciliteiten, dat we nog wat beter aan elkaar kunnen knopen. Met Amsterdam en Eindhoven hoort Groningen tot de top van de Nederlandse startupscene. Met een uitgekiend financieel instrument kunnen we incubatorfaciliteiten in Leeuwarden, Delfzijl, Groningen en Emmen versterken en als Noord-Nederland nog meer bijdragen aan de nationale opgave om de bedrijven van de toekomst te helpen.

De vergroening van de chemie is in Noord-Nederland bezig naar grote hoogten te stijgen. Met Chemport Europe als uithangbord zijn we in staat gebleken samen te werken, eerst in onze eigen regio, maar nu ook steeds meer daarbuiten. We horen bij de koplopers in dit deel van de economie dat in de toekomst steeds belangrijker wordt en zijn daardoor in staat veel meer bij te dragen dan ons Bruto Regionaal Product in eerste instantie doet vermoeden.

Nog zo’n prachtig voorbeeld van het ineenslaan van handen is Fascinating. In de zoektocht naar de voeding van de toekomst en het verbouwen daarvan, werken overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven op een ongekende manier samen.

Toekomst

De positie die Noord-Nederland bekleedt in de digitalisering van het MKB is zonder meer een belangrijke. We zijn trotse gastheer van een Smart Industry Hub. Een European Digital Innovation Hub is in voorbereiding. Ook nemen we een voorname plaats in in de Nederlandse AI-coalitie. Honderden bedrijven zijn inmiddels actief in deze samenwerkingsverbanden. Dat zegt veel. Het zijn samenwerkingen op regionaal formaat met een nationale en zelfs internationale uitwerking. Een immense lijst MKB-bedrijven sloot zich in korte tijd aan bij de AI-coalitie Noord-Nederland, waarmee zij een wezenlijke bijdrage leveren aan nationale en Europese opgaven om de bedrijven slimmer te maken en de concurrentie op het gebied van kunstmatige intelligentie uit andere werelddelen aan te kunnen.

Het kan in Noord-Nederland, het gebeurt in Noord-Nederland. Zolang we als ondernemers, kennisinstellingen en overheden onze schouders eronder zetten en elkaar blijven opzoeken, hebben we met de Kracht van het Noorden de toekomst. Een betere bereikbaarheid helpt ons daarmee, net als wij daarmee heel het land vooruithelpen.

Innovatieve Ideeën? We horen graag van je.
Podcast Illustratie
NOM Talks Aflevering 4 – Toezichthouders, een verrijking of beknotting?

In de vierde aflevering van NOM Talks zijn Robert Reekers (ConnectoRR) en Weite Oldenziel (Ofichem) te gast. Ze gaan in discussie over het onderwerp ‘Toezichthouders, een verrijking of beknotting?’

Luister nu naar de podcast