Een tractor op het land
Voedselproductie 2.0

Hoe Noord-Nederland de voedseltransitie kan versnellen

Als we allemaal willen, dan gaat het ook lukken. Het was zonder twijfel de belangrijkste conclusie tijdens de Innovatietafel over de voedseltransitie die woensdag 28 september 2022 plaatsvond in het Avebe Innovatiecentrum op Campus Groningen. ‘We moeten lef tonen en uitstralen dat we voorop lopen.’

Het evenement was de tweede uit de reeks innovatiesessies die de NOM en Campus Groningen, onder de naam Kracht van Groningen, organiseren rondom een voor Noord-Nederland relevant onderwerp. Voornaamste doel: bedrijven en organisaties bij elkaar brengen en nieuwe samenwerkingen en initiatieven faciliteren en stimuleren. Ditmaal was het de beurt aan de agrifoodsector om elkaar te informeren en te inspireren over huidige en toekomstige ontwikkelingen rondom de voedseltransitie.

Inderdaad, een radicale verandering van het voedselsysteem. Een actueel en urgent vraagstuk, dat zeker. Want met de groeiende wereldbevolking neemt ook de vraag naar duurzame en gezonde voeding toe. Met name de vraag naar eiwitten en eiwitrijke producten. Tegelijkertijd dwingt de opwarming van de aarde ons tot het verminderen van dierlijke productie en consumptie. Vandaar dat tijdens het Innovatiediner, de circa 40 deelnemers gingen letterlijk met elkaar om tafel, de focus lag op de eiwittransitie: de overgang van dierlijke naar plantaardige en nieuwe eiwitbronnen.

‘De voedseltransitie draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering, een gezonde en gebalanceerde levensstijl en een duurzame agroketen’, trapte schrijver, journalist en gespreksleider van de dag Jeroen Smit af. ‘Iemand tegen?’ Niemand, uiteraard. Niet in de laatste plaats omdat juist Noord-Nederland een grote rol van betekenis kan spelen om die transitie versneld vorm te geven. Ga maar na: de regio heeft het landbouwareaal, kent diverse grote landbouwcoöperaties, vervult een voortrekkersrol op het gebied van groene energie en beschikt tevens over een levendige agrifoodsector en kennisinstellingen met veel verstand van (voedsel)zaken. En ja, dat zijn natuurlijk dé ingrediënten voor een ideale krachtenbundeling.

Het is goed mogelijk dat de TopDutch-regio in 2035 wereldwijd een grote naam in de voedseltransitie is geworden.

Dina Boonstra (directeur NOM)

Blik op de toekomst

Stel dat alles de komende jaren meezit, vroeg Smit de gasten aan de centrale rondetafel, hoe zou 2035 er dan wat betreft de voedseltransitie uitzien? ‘Ik ben ervan overtuigd dat we dan in staat zijn om hoogwaardige plantaardige eiwitten te maken’, was het hoopvolle antwoord van Peter de Jong. ‘Daarmee bedoel ik zelfstandige plantaardige ingrediënten die een grote toegevoegde waarde hebben op ons hele eetpatroon. Allemaal gerealiseerd in een eiwitfabriek die we hier dan al geruime tijd hebben staan.’ De zuivelprocestechnoloog was aanwezig namens Fascinating, een vernieuwingsprogramma waarin landbouwcoöperaties Avebe, Agrifirm, Cosun en FrieslandCampina samen met onder meer het UMCG en LTO Noord werken aan een circulair voedselsysteem.

Ook Dina Boonstra, directeur van de NOM, kijkt vol vertrouwen vooruit. ‘Het is goed mogelijk dat de TopDutch-regio in 2035 wereldwijd een grote naam in de voedseltransitie is geworden. Dat overheden, ondernemers en investeerders weten dat ze voor slimme oplossingen en innovaties in Noord-Nederland moeten zijn. Simpelweg omdat hier de faciliteiten, de mensen en de kennis aanwezig zijn die hen verder kunnen helpen.’

Het innovatiediner
Innovatiediner

Reduceren energiebehoefte essentieel

De verwachtingen zijn hooggespannen, zo blijkt. Daar is, zoals gezegd, ook alle reden voor. Toch zijn er zijn nog wel wat hobbels te nemen. Zo is een reductie van de energiebehoefte, vooral in tijden van exploderende energieprijzen, van essentieel belang om de systeemverandering versneld vorm te geven. Alleen al het drogen van plantaardige eiwitten bijvoorbeeld is behoorlijk energie-intensief. Om te voorkomen dat veelbelovende initiatieven en projecten vroegtijdig stranden moet er dus worden gezocht naar mogelijkheden om minder te leunen op fossiele energiebronnen.

Maar hoe kom je tot een energie-efficiënte en duurzame verwerking? Tijdens het Innovatiediner werd duidelijk dat in het Noorden hard wordt gewerkt aan mogelijke oplossingen. Denk aan het ontwikkelen van nieuwe technologieën om meer waardevolle voedingsstoffen te behouden, om rest- en zijstromen optimaal te verwaarden en slimmer te ontwateren en te drogen. Of denk aan innovaties om bijproducten om te zetten in energie en een deel daarvan te gebruiken voor de eigen energieopwekking.

Ook waterstof wordt genoemd als potentiële bouwsteen voor de voedseltransitie, uiteraard. ‘De regio heeft tenslotte de ambitie en de potentie om het groene stopcontact van Nederland te worden’, zegt Teun van der Weg, Innovation Manager van Royal Cosun. ‘Zelf zijn we bijvoorbeeld aangesloten bij H2-agri, een samenwerkingsverband dat voor agrarische bedrijven in Groningen en Drenthe de mogelijkheden onderzoekt om groene waterstof te produceren. Dat is kleinschalig, maar grootschalig gebeurt het in de Eemshaven. Natuurlijk, we zijn er nog niet. Feit is dat er de afgelopen jaren gigantische stappen gemaakt en dat waterstof steeds belangrijker wordt. ’

Als je niks doet, gebeurt er ook niks.

Edward van der Meer (directeur Campus Groningen)

Iedereen moet meedoen!

De voedseltransitie lukt alleen wanneer alle relevante partijen meedoen en slim en doordacht samenwerken. Overheden, de agrarische sector, de industrie en de wetenschap. Het mooie is: Noord-Nederland is de regio bij uitstek om te experimenteren, innovaties in de praktijk te testen en op te schalen als ze succesvol blijken. Op Campus Groningen is alle kennis, kunde en talent aanwezig om een stevige bijdrage te leveren aan de broodnodige transformatie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, onder meer in het Avebe Innovatiecentrum, Innolab AgriFood en het UMCG.

Edward van der Meer, directeur Campus Groningen ‘Als je samen innoveert is het belangrijk dat je elkaars taal leert spreken. Maar ook moeten bedrijven zich ervan bewust zijn dat als je technologieën gaat implementeren en vertalen naar processen het qua techniek en productie niet altijd synchroon loopt. Het kan best zijn dat het ene bedrijf meteen voordeel heeft, terwijl het andere bedrijf nog even moet wachten. Dat moet je accepteren. Als je niks doet, gebeurt er ook niks.’

En natuurlijk is er Fascinating, waar Avebe, Agrifirm, Cosun en FrieslandCampina momenteel werken aan een plan voor een heuse eiwitfabriek. De nieuwe fabriek, een zogeheten shared pilot facility waarvoor circa acht jaar tijd is uitgetrokken, moet plantaardige eiwitten produceren uit verschillende in de regio geteelde gewassen, waaronder aardappelen, veldbonen lupine en bieten. Ook het MKB, onmisbaar voor het welslagen van de voedseltransitie, is bezig met een soortgelijk project. De MKB-eiwitfabriek moet er zelfs al in 2024 staan. ‘In ons geval gaat het om functionele eiwitten’, verduidelijkt Bert Knol, die namens het noordelijke MKB plaats nam aan de centrale rondetafel. ‘Wij gaan halffabricaten voor voedingsmiddelenbedrijven maken voor bijvoorbeeld vleesvervangers, sauzen en het stabiliseren van schuim.’

Innovatiediner 009 1
Avebe Innovatiecentrum op Campus Groningen

Lef tonen

Mooi natuurlijk al die dromen en ambitieuze plannen. Maar zijn ze ook te financieren? Dat kan zeker, klinkt het veelbelovend. Voorwaarde is wel dat er substantieel wordt bespaard op energiebehoefte, we blijven focussen op wat we in de regio kunnen maken en dat de krachtenbundeling is gebaseerd op goed leiderschap. Tegelijkertijd vraagt de transitie en de financiering daarvan om passende wet- en regelgeving om processen te kunnen versnellen en efficiënter te kunnen laten verlopen. ‘Het is raadzaam dat partijen als de NOM en Campus Groningen al in een vroeg stadium bij trajecten worden betrokken’, benadrukt Dina Boonstra. ‘Zodat alle financieringsvragen tijdig kunnen worden beantwoord.’ Noord-Nederland draagt, kortom, alles in zich om in de voedseltransitie een leidende rol te vervullen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Om snelheid te winnen moeten we, bedrijfsleven en kennisinstellingen, ook uitstralen dat we in de regio met grote avonturen bezig zijn.

Lef tonen en er met elkaar echt voor willen gaan. Als dat gebeurt zal iedereen aanhaken, ook bestuurders, subsidiegevers, banken en risico-investeerders. Bovendien zal het de zoektocht naar talent enorm vergemakkelijken. Ook dat is voor nu en straks geen onbelangrijk gegeven.