DSC6330
De directie aan het woord

De NOM is zeker niet meer de NOM van 50 jaar terug

Het begint al tijdens het inleidend drankje. ,,Ik miste een stelling’’, zegt Frits Migchelbrink. ,,Op z’n minst had de vraag opgeworpen kunnen worden of de NOM zichzelf niet overleefd heeft.’’

Het is de bedoeling dat de vijf directeuren die de NOM in de afgelopen 50 jaar hebben aangestuurd, met elkaar in gesprek gaan aan de hand van tien vooraf aangeleverde stellingen. Als na twee en een half uur één ding duidelijk wordt: de directeuren volgen hun eigen kop en dus geen stellingen. En voor een deel deden ze dat ook in hun tijd bij de NOM. Migchelbrink vertelt ter verduidelijking van zijn opmerking het verhaal van een traplift in huis.

Er waren goede redenen die lift aan te schaffen, maar het transportmiddel wordt amper gebruikt en kost nu wel geld vanwege een onderhoudsabonnement. En dus ga je nadenken over de aanschaf. Deze parabel had ook op de NOM kunnen slaan, wil Migchelbrink maar zeggen.

De focus van de NOM moet veranderen.

Frits Migchelbrink

Hij vermoedt dat de maatschappelijke focus de komende jaren steeds meer van welvaart naar welzijn verschuift. ,,Heb je daar de NOM voor nodig?’’, vraagt hij zich af. Het zou best kunnen, maar dan moet de focus de NOM veranderen. ,,We zijn voor het overgrote deel nog bezig met economie. Ik denk dat dat straks slechts een van de factoren is waarvoor aandacht moet zijn.’’ Het visioen van Migchelbrink – hij praat net als de anderen nog steeds in de wij-vorm als het om de NOM gaat - staat ver af van hoe de NOM in 1974 van start ging. Dat was direct na de oliecrisis, Nederland maakte een diepe recessie door.

De scheepsbouw, de aardappelmeel– en strokartonindustrie – de slagader van Noord-Nederland - lagen aan het infuus. Er was een ingrijpend industrieel herstructureringsproces nodig. Met het geld dat er was, wordt de NOM door ‘Den Haag’ gedwongen te investeren in de hypermoderne kartonfabriek Okto en de magnesiumfabriek Magnesia (nu Nedmag). Met wisselend succes. Okto kostte per werknemer 650.000 gulden (circa 3 ton aan euro’s) en ging binnen vier jaar al failliet. Grote drama’s.

DSC6278

Noordelijke rivaliteit bij acquisities

En er gebeurde precies wat ir. Bosma als eerste president-commissaris van de NOM voorspelde: rivaliteit tussen de noordelijke provincies als het om acquisities gaat. ,,Wat de NOM ook doet’’, zei hij, ,,er zullen altijd groeperingen zeggen dat de NOM het fout doet.’’

Ruud Bouwman, destijds de financiële rechterhand van Henk Wisman, de allereerste NOM-directeur, weet het nog goed: ,,We zijn ooit begonnen omdat er een gebrek aan risicodragend vermogen was in Noord-Nederland.’’ Er werd dus amper geïnvesteerd in die tijd, risico’s werden gemeden; ‘Den Haag’ kwam met geld en oekazes. Dat is nu wel anders. Bouwman: ,,Er was tot voor kort heel veel risicodragend kapitaal in de wereld. Je moet je dus wel afvragen of je nog meerwaarde hebt.’’

De NOM had destijds imago van brokkenbank.

Ruud Bouwman

Er volgt een discussie. De NOM heeft in elk geval de rendementen van de investeringen nodig om haar taken uit te voeren. En er worden op die manier nog steeds grote klappers gemaakt. Met stuivers valt niks te verdienen, zegt de een, waarop de ander reageert dat je in Noord-Nederland wel vaak wel over het mkb praat (en dus over stuivers). Expansie en innovatie vragen nu eenmaal risicodragend kapitaal, zo wordt gesteld. Bij de start van de NOM werden jarenlang alleen maar verliezen genoteerd.

Ruud Bouwman denkt niet met warme gevoelens terug aan die tijd. ,,We zijn gestart in een diepe recessie en dat heeft ons in de eerste tien jaar volstrekt getekend’’, weet hij nog. Hij prijst zich gelukkig dat de NOM nu een heel ander imago heeft. ,,Want toen was de NOM een bank voor noodlijdende bedrijven, het was een brokkenbank. Gezonde bedrijven wilden niet geassocieerd worden met ons. Dat was rampzalig. Het heeft de ontwikkeling gefrustreerd.’’

Gelukkig is dat beeld totaal gekanteld, stelt Bouwman. Mwah, zegt Boonstra, het speelt nog wel eens hoor. Migchelbrink: ,,Oude imago’s, dat duurt jaren… Al is het dan onder de borrel, je krijgt het nog steeds te horen.’’ Jansen: ,,Als men wil klieren, is het wel leuk om over de brokkenbank te beginnen.’’ Vakbonden waren in die tijd de influencers van nu,

met ook nog eens invloed op de besluitvorming binnen politieke partijen (PvdA en CDA). ,,Gelukkig wel’’, zegt Arie van der Hek, ,,Vakbonden zaten bij ons in de Raad van Commissarissen, waarin ook de werkgevers waren vertegenwoordigd. Het maakte de communicatie over het NOM-beleid eenvoudiger, zonder dat de NOM aan autonomie inleverde.’’

De NOM verdiende heel veel geld aan Aramide en Silenka

Maar laten we vooral niet suggereren dat vakbonden ons dwongen naar minder goed draaiende ondernemingen te kijken, waarschuwt Bouwman: ,,Iédereen duwde ons die kant op: vakbonden, werkgevers, provincies, Economische Zaken. En dat kostte sloten vol geld. Arie van der Hek kwam in een andere periode. De crisis was toen voorbij.

Van der Hek: ,,Ik moet eerlijk zeggen dat de NOM in mijn tijd goed heeft verdiend aan de verkoop van die participaties.’’ En hij noemt twee grote projecten, Aramide en Silenka. ,,Er is door de NOM gigantisch aan verdiend, mooie producten ook.’’ Er werd door de minister enorme druk uitgeoefend.’’ Arie van der Hek vult aan: ,,Er werd in de tijd van Wisman en Bouwman heel wat gestald bij de NOM. Dat veranderde in mijn tijd want het participatiebedrijf moest op basis van het principe van revolving fund de eigen broek ophouden.’’

De 65 miljoen gulden in Aramide was staatssteun.

Ruud Bouwman

Ruud Bouwman gaat hierin niet mee: ,,Economische Zaken kon via een omweg 65 miljoen gulden in Aramide stoppen. Dat was voor hen handig. Maar het was typisch een staatsproject, min of meer staatssteun. De omvang, de grootte sloeg alles uit balans bij de NOM.’’ Migchelbrink valt Bouwman bij, maar Van der Hek is stellig: ,,Ik deel jullie mening niet, er was wel degelijk balans. We hadden een portefeuille met meer volume en meer spreiding gecreëerd.

Akzo ging op een gegeven ogenblik de vezels afstoten en toen moesten we ons aandeel in Aramide verkopen aan het Japanse Teijin. We hebben er veel aan verdiend.

We hadden in die tijd een goede band met het bedrijfsleven.’’ En hij vervolgt: ,,Het is altijd de vraag of de Japanners er daarna mee doorgaan. Ik weet niet wat ze ermee hebben gedaan. Ik vrees het ergste.’’ Migchelbrink vertelt dat Teijin enorm gegroeid is. Van der Hek: ,,Nou, gelukkig.’’

Dit artikel is onderdeel van een reeks artikelen nav een bijeenkomst tussen voormalig directeuren van de NOM en de huidige directeur Dina Boonstra. Er wordt teruggekeken op 50 jaar NOM en gefilosofeerd over de toekomst.