Bij Brouwerij Maallust wordt in de voormalige graanmaalderij speciaal bier gebrouwen. Daarmee krijgt historisch erfgoed een nieuwe functie. Én, de hop die er wordt verwerkt, is geoogst door gevangenen van de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen.
Door te werken op het land in Veenhuizen werden mensen vroeger ‘heropgevoed’. Door de jaren heen werd het regime steeds strenger en werd het dorp gesloten en zelfvoorzienend. Tegenwoordig is het geen ‘pauperparadijs’ of ‘gevangenisdorp’ meer, maar er zijn nog wel overeenkomsten met het verleden.
Zo’n tweehonderd jaar geleden werd het Drentse dorp Veenhuizen het decor van een bijzonder sociaal experiment. Duizenden mensen, vaak arm, werden naar deze kolonie (onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid) gestuurd om een vak te leren en zelfredzaam te worden. Ze werkten op het land of in de werkplaatsen.
In 1859 veranderde de kolonie in een Rijkswerkinrichting. Veenhuizen werd een gesloten, zelfvoorzienende wereld, waar orde en arbeid centraal stonden. Wie er woonde, werkte er ook. Alles werd met elkaar verbonden door kaarsrechte wegen.
UNESCO-Werelderfgoed
De bijzondere historie en de unieke indeling maakten Veenhuizen tot UNESCO-Werelderfgoed. Op diverse plaatsen zie je nog altijd spreuken op de monumentale huizen, destijds bedoeld om de gevangenen het goede voorbeeld te geven of om iets te zeggen over de bewoner van het huis. ‘Maallust’ was het molenaarshuis, met daarachter een graanmaalderij. Daarin zit nu het huidige Maallust, brouwerij voor speciaal bier.
25 Zware Jongens
Het idee om er een brouwerij te vestigen, komt van Henk Timmerman, die beroepsmatig sinds 2001 betrokken was bij de herbestemming van Veenhuizen. ‘Een crowdfunding-actie leverde een club van 25 investeerders op, waaronder ikzelf. We noemen ons de ‘Zware Jongens’, vertelt hij. Het gebouw pachten ze van de Rijksgebouwendienst.

Zwarte cijfers
‘We brouwen 20.000 flessen en 100 vaten bier per week’, zegt Timmerman. ‘Dat resulteert in 1,5 miljoen euro omzet per jaar.’ Toch zijn zwarte cijfers geen vanzelfsprekendheid. ‘We maken het ene jaar winst en het andere jaar is het lastiger. Er zijn twee dingen die daarin een rol spelen: er zijn ontzettend veel bierbrouwerijen bij gekomen in Nederland. Dus er is simpelweg steeds meer concurrentie. Daarnaast is onze winstmarge niet groot, omdat we veel verkopen via slijters en horeca. Heb je zelf een café of restaurant, dan is je marge groter’, legt hij uit.
Horeca in eigen beheer
Hoewel het doel van Maallust niet primair commercieel is - behoud en openstelling van werelderfgoed en liefde voor brouwen zijn net zo belangrijk - willen de Zware Jongens wel een mooi jaarresultaat. Dus hebben ze de afgelopen jaren de horeca rondom Maallust in eigen beheer genomen. ‘Eerder werkten we met exploitanten. Maar nu we het zelf doen, kunnen we een deel van ons bier met een hogere winstmarge verkopen. Het gaat om drie gelegenheden: het proeflokaal bij brouwerij Maallust, de naastgelegen snackbar Piepers en Paupers en Het Verenigingsgebouw verderop in Veenhuizen, voor feesten, congressen en andere bijeenkomsten’, somt Timmerman op.
Nu we de horeca zelf exploiteren, kunnen we ons bier met een hogere marge verkopen.
Henk Timmerman | Maallust
MKB Fonds Drenthe
De exploitatie in eigen beheer van Het Verenigingsgebouw begon in 2023. De Zware Jongens namen de snackbar en het proeflokaal over in 2025. Omdat ze in 2018 ook al een flinke investering deden - uitbreiding van het aantal tanks in de brouwerij - deden ze voor de horeca een beroep op externe financiering. Die vonden de Zware Jongens in MKB Fonds Drenthe, een fonds waarmee Drenthe investeert in bedrijven die positief zijn voor de provincie, bijvoorbeeld omdat ze een maatschappelijk belang dienen. Maallust draagt bijvoorbeeld bij aan het behoud van werelderfgoed.
Crowdfunding leverde een club van 25 investeerders op: de ‘Zware Jongens’.
Henk Timmerman | Maallust
Samenwerking met gedetineerden
Bovendien proberen de Zware Jongens ook op andere vlakken hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen én de eeuwenoude geschiedenis te doen herleven. ‘Ik woon in Peize en dat dorp staat bekend om de hopteelt in de 17e eeuw. Als men toen in Noord-Drenthe hop kon telen, moet dat nu ook kunnen. Daarom hebben we contact opgenomen met de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen en samen op hun agrarische percelen professionele hopteelt opgezet. Daar kopen wij, en vele andere brouwerijen, hop. Lokale teelt dus, met minimale transportkilometers. Én gerealiseerd door mensen die tijdelijk niet meedoen in de maatschappij en zo toch voeling houden met de wereld om hen heen, door te werken op het land. Zoals dat vroeger ook ging in Veenhuizen. Een vergelijkbare samenwerking willen we in de toekomst aangaan met graanteelt.’
Toekomst
De komende jaren richten de Zware Jongens zich op het optimaliseren van hun bedrijfsvoering. ‘De drie horecagelegenheden gaan we fijn slijpen, in de brouwerij willen we uitval en storingen minimaliseren en onze logistiek tussen verschillende magazijnen willen we versimpelen. Ik geloof dat we vervolgens een beter jaarresultaat draaien.’ Over het imago van alcohol wil Timmerman het volgende kwijt. ‘We weten niet hoe de markt zich ontwikkelt. Alcohol wordt minder populair, dat is een feit. We zien dat als een externe factor die we niet kunnen beïnvloeden. Overmatig alcoholgebruik ís ook echt niet gezond. Maar met vrienden of familie genieten van een speciaal biertje kan ontspannend zijn. En het mooie van speciaal bier is dat je het met mate drinkt. Het is geen ‘voetbalkantine-pils’, maar iets om rustig van te genieten.’