De diepe wensen van WEP
  • Energie
  • Investeren

De diepe wensen van WEP

Waar je ook boort naar olie, gas, zout of aardwarmte, overal is de bodem anders. Bovendien zijn de mogelijkheden sterk locatiegebonden. Om putten te boren is een gedetailleerde kennis van de aardkorst dus onontbeerlijk. Uiteraard in combinatie met gerichte adviezen en een deskundige begeleiding. En juist daarin schuilt de kracht van Well Engineering Partners uit Hoogeveen.

‘Wij zijn een well engineering consultancybureau’, zegt Alexander Nagelhout. De CEO van Well Engineering Partners (WEP) uit Hoogeveen heeft de woorden nauwelijks uitgesproken of hij realiseert zich dat die omschrijving wellicht niet voor iedereen begrijpelijk is. Meteen volgt een verduidelijking. ‘WEP is een advies- en ingenieursbureau dat zich specifiek richt op het boren en onderhouden van diepe putten voor de winning van olie, gas, zout en aardwarmte. Opdrachtgevers in die sectoren schakelen ons in voor zaken als het voorbereiden van vergunningen, het putontwerp, de inkoop van materialen en diensten, het projectmanagement tijdens de boorfase en het opleveren en testen van de put. Tegelijkertijd houden we ons bezig met innovaties om investerings- en operationele kosten omlaag te brengen.’

Er is naar mijn idee geen mkb-bedrijf denkbaar dat in dit vakgebied zoveel zaken op zo’n deskundige manier kan oppakken.
Ruud van Dijk, NOM

Marktleider

In de kern is WEP dus eigenlijk de well engineering afdeling van hun klanten, waarbij het zowel als architect en als projectmanager optreedt. Het bedrijf werd in 1996 opgericht door Tom Bakker en had de wind al snel flink in de zeilen. De marktpositie werd verder versterkt nadat in 2011 werd gefuseerd met PGMI, een ingenieursbureau met net als WEP een achtergrond in olie en gas. Vrijwel gelijktijdig kwam ook huidig CCO Henny Cornelissen aan boord. Vanaf dat moment telde WEP vier aandeelhouders: oprichter Tom Bakker, Alexander Nagelhout, Henny Cornelissen en voormalig eigenaar van PGMI Dick Swart. Vanaf 2015 sloot ook investeerder Ponooc zich aan als aandeelhouder.

Hoewel de organisatie zich nog nadrukkelijk bezighoudt met olie en gas, is het tegenwoordig vooral actief op het gebied van zoutwinning en diepe geothermie, zoals aardwarmte wordt genoemd. Sterker nog, WEP is betrokken bij het merendeel van de geothermieprojecten die in ons land plaatsvinden. ‘Op het terrein van diepe geothermieboringen zijn we in Nederland marktleider’, onderstreept Alexander. Vanzelfsprekend binnen ons specialisme van het ontwerpen en het begeleiden van de uitvoering. Dat doen we op projectbasis, in geïntegreerde teams met de klant’.

De diepe wensen van WEP

Het boren van een nieuwe zoutput voor Frisia in Harlingen.

Groeiambities

Tom Bakker en Dick Swart zijn inmiddels op leeftijd. Beiden gaven enige tijd geleden te kennen om toch maar eens met pensioen te gaan. Dat resulteerde uiteindelijk in een management buy-out, waarna de collega’s Peter Hoving en Geertjan van Og hun plaats innamen als nieuwe aandeelhouders en waarbij tevens Ponooc is uitgetreden. ‘Het organiseren van de opvolging van Tom en Dick was voor ons één van de redenen om contact te zoeken met de NOM’, vertelt Alexander. ‘Wij wisten dat de NOM als geen ander in staat is om zo’n cruciaal proces te faciliteren. Door de management buy-out zijn de continuïteit en de onafhankelijkheid van WEP geborgd. Onze klanten hebben tenslotte te allen tijde behoefte aan een onafhankelijk advies. Sinds afgelopen mei is ook de NOM aandeelhouder, waardoor we nog meer slagkracht hebben om te blijven bouwen aan het team en marktkansen te verzilveren.’ Inderdaad, het daadwerkelijk kunnen realiseren van hun groeiambities was voor WEP eveneens een reden om bij de NOM aan te kloppen. Want daarvoor was logischerwijs extra financiering nodig, waarin naast de NOM ook de Rabobank een belangrijke rol heeft gespeeld.

Breed inzetbare kennis

Aan potentie heeft WEP geenszins een gebrek. Dat bleek wel nadat Ruud van Dijk, Investment Manager van de NOM, zich uitvoerig in het bedrijf en de markt had verdiept. De NOM gaat immers nooit over één nacht ijs. ‘We zijn, voordat de closing plaatsvond, intensief met elkaar opgetrokken’, zegt hij. ‘Wat me vooral opviel is dat er ongelooflijk veel kennis in het bedrijf zit. In totaal zijn er bij WEP zo’n 30 mensen werkzaam waarvan een aantal voorheen voor grote, aanprekende organisaties, met name Shell, hebben gewerkt. Er is naar mijn idee geen mkb-bedrijf denkbaar dat in dit vakgebied zoveel zaken op zo’n deskundige manier kan oppakken. Niet zomaar is WEP een gezond bedrijf dat goede marges draait en in de markt een dominante positie heeft verworven. Vooral op het gebied van geothermie zijn ze de afgelopen jaren heel bepalend geworden en bovenal in staat om nieuwe markten aan te boren. Nationaal, maar zeker ook internationaal, zijn er nog volop mogelijkheden om hard te blijven groeien.’

De diepe wensen van WEP

V.l.n.r.: Alexander Nagelhout (CEO), Geertjan van Og (CTO), Peter Hoving (COO) en Henny Cornelissen (CCO).

Omringende landen

Natuurlijk, Covid19 heeft ook zijn weerslag op de activiteiten van WEP. Hoewel in ons land minder hard geraakt dan in veel andere economische sectoren, heeft de crisis een behoorlijke impact op de olie- en gassector. Alexander heeft echter goede hoop dat de situatie zich langzaamaan zal herstellen. Voor de geothermie kent hij een beperkte onzekerheid. ‘Het winnen van aardwarmte is en blijft een voornaam onderdeel van de energietransitie’, verduidelijkt hij. ‘Het is bijvoorbeeld een duurzaam alternatief voor gas. Complexe besluitvormingsprocessen maken het voor onze klanten wel ingewikkelder, maar we blijven uiteraard ons best doen om geothermie zo helder mogelijk technisch uit te werken.‘

Aardwarmte ontstaat door warmte-uitstraling uit de diepe ondergrond van de aarde. Hoe dieper je gaat, hoe warmer het water. Alle winning van warmte dieper dan 500 meter wordt aardwarmte genoemd. ‘Wil je toegang krijgen tot die duurzame energiebron zul je uiteraard putten moeten boren’, vervolgt Alexander. ‘Ook in de ons omringende landen staat geothermie momenteel stevig op de kaart. Het is echter, in vergelijking met hier, veelal wat versnipperd georganiseerd. Dus ook daar kunnen we van grote betekenis zijn. Hetzelfde geldt voor activiteiten op het gebied van de winning van olie, gas en zout. Bijna overal in de
EU zien we voldoende aanknopingspunten om onze kennis en kunde in projecten in te zetten. Samen met de NOM kijken we in elk geval goed om ons heen.’