Terug naar het overzicht

NOM kijkt om*: Pipe Proteq verovert alsnog een lastige markt

Het is 2010 als Roy Lübbers en zijn vader aankloppen bij het dan net opgerichte Flinc. Ze krijgen een zogenaamde ‘zeer vroege fase financiering’ uit het gloednieuwe fonds om zo hun innovatieve product te kunnen gaan produceren. Vader en zoon Lübbers ontwikkelden namelijk een universele kap om het schroefdraad van boorpijpleidingen te beschermen: geen alledaags product voor een uitdagende markt. En daarmee ook niet de makkelijkste route, blijkt al snel.

Groot vertrouwen in innovatief product
‘Wat ons op de been hield, was dat iedereen altijd vertrouwen heeft gehad in ons idee en de uitvoering daarvan’, vertelt Roy Lübbers. ‘Mijn vader bedacht deze kap na zijn pensionering, hij werkte jarenlang in de olie- en gassector en ergerde zich altijd aan hoe omslachtig het was om kappen te plaatsen die het kwetsbare schroefdraad op pijpen beschermen. Het is essentieel dat dit schroefdraad wordt beschermd en daar worden van oudsher kappen voor gebruikt, alleen is het plaatsen en verwijderen van deze kappen arbeidsintensief, niet optimaal veilig en zijn er zo’n 250 soorten schroefdraad op de markt die allemaal een andere kap vragen in de oude methode. Ons product is vrijwel universeel te gebruiken, makkelijker in gebruik en bespaart tijd.

Gouden ei?
Klinkt als een gouden ei, maar de werkelijkheid blijkt weerbarstiger. De gas- en oliemarkt is conservatief. Ze zien de waarde van het product, toch durven ze de innovatie nog niet daadwerkelijk te implementeren. En dan keldert de oliekoers. Lübbers: ‘De interesse bleef, maar niemand uit de industrie durfde op dat moment te investeren. En we hadden natuurlijk wel verplichtingen aan onze financiers. We hebben door privé-investeringen het infuus waaraan we lagen aan de drup kunnen houden. Gelukkig kwamen we in contact met een externe financier, afkomstig uit de industrie, die ons kon helpen. We zijn toen in overleg gegaan met de NOM.’

NOM kijkt om: Pipe Proteq verovert alsnog een lastige markt

Ruimte als reddingsboei
Chantal Leijendekker, investment manager NOM: ‘Als we investeren, doen we dat natuurlijk met de insteek dat de investering terugkomt. In dit geval kon een nieuwe aandeelhouder instappen als wij die ruimte zouden geven. Deze nieuwe aandeelhouder kwam uit het netwerk van de NOM en had veel ervaring in de sector. Dan is onze afweging: wat is het beste voor het bedrijf? We erkenden het belang van deze nieuwe aandeelhouder voor de toekomst van het bedrijf en kozen er in dit geval daarom voor om uit te stappen.’ Lübbers: ‘Door deze ontwikkeling konden we weer vooruit kijken. Als er financiële zorgen zijn, lukt dat lastig. We hebben ons toen op een ander marktsegment gericht. Ons booreilanden. Onze kappen leveren daar een directe tijdsbesparing op van 4 uur per boring. Dat zijn duizenden euro’s, want uren op een booreiland zijn duur.’

WAT ONS OP DE BEEN HIELD, WAS DAT IEDEREEN ALTIJD VERTROUWEN HEEFT GEHAD IN ONS IDEE EN DE UITVOERING DAARVAN

Volhouden loont
Pipe Proteq krijgt door deze koerswijziging weer spek op de botten en onderzoekt steeds nieuwe mogelijkheden en markten voor hun product. Die blijken er te zijn: begin oktober tekenden ze een overeenkomst in de VS waar hun kappen nu worden verhuurd door een samenwerkingspartner. ‘We hebben in het eerste half jaar van 2018 meer omzet gedraaid dan alle jaren daarvoor. Ik kan echt zeggen dat het heel erg goed gaat. En dat we nog lang niet klaar zijn. De aanhouder wint. We hebben volgehouden, ook toen het heel moeilijk was en dat betaalt zich nu uit’.

*NOM kijkt om
Hoe gaat het eigenlijk met de bedrijven waar NOM in het verleden in participeerde? In deze rubriek kijken we samen met ondernemers terug naar de ontwikkeling tussen toen en nu.