Terug naar het overzicht

Siem Jansen: ‘Hij snapt het’!

03-04-2016

Als directeur van de NOM merk ik dat het vaak best lastig is om uit te leggen wat we doen. De meeste mensen denken bij de NOM aan ons financieringsbedrijf. Maar we hebben ook een afdeling business development (BD) en foreign direct investment (FDI). Onderdelen van de NOM die vaak iets minder bekend zijn.

Business development en foreign direct investment
FDI, daar ziet het grote publiek nog wel eens iets van. Deze afdeling zorgt ervoor dat internationale bedrijven zich in Noord-Nederland willen vestigen. Met name wanneer het om binnenhalen van grote vissen gaat, zoals IBM en Google. Bij de afdeling business development gaat het vooral om het combineren van bedrijven die gezamenlijk een project starten, gericht op verbetering van bedrijfsprocessen. Of om het lanceren van een nieuw product of een nieuwe dienst. In alle gevallen zien deze bedrijven de waarde van het project in, omdat hun marktpositie daarmee verbetert.

Weinig risico
Het beeld over wat de NOM doet, is door deze diversiteit lastig te bepalen en publicitair is de NOM soms een kwetsbare club. Ondernemers zijn bijvoorbeeld wel eens teleurgesteld wanneer we hun nieuwe idee of bedrijf niet willen financieren.

Wij proberen altijd zoveel mogelijk inzichtelijk te maken wat onze beweegredenen zijn om niet te financieren. De ondernemer heeft daar soms begrip voor, maar niet altijd. De teleurstelling van de ondernemer wordt al dan niet onder de borrel gelucht. Vaak onder het mom dat de NOM ‘te weinig risico neemt’. Dat dit juist het tegenovergestelde het geval is, daar kom ik later op terug.

Het beeld dat de NOM te weinig risico neemt, bereikt overigens ook menig politicus en vertaalt zich in opvattingen over ons investeringsbeleid of concrete investeringsvoorstellen. Het is voor ons dan soms moeilijk om uit te leggen hoe het dan echt zit.

Economische koek
Even in het kort: wij zijn er voor risicofinancieringen met toegevoegde waarde. Ondernemingen die bestaan van een regionale markt financieren we niet. Immers, wanneer ze verdwijnen, zijn er concurrenten die dat overnemen en voegt het niets toe, de economische koek wordt niet groter. Maar het vergroten van de economische koek is juist ons doel. Waar we wel in investeren, zijn innovatie, export en het bedienen van een landelijke markt.

Beoordelingen financieringen
Wanneer we een financiering afwijzen, heeft dat vaak meerdere redenen. We kunnen niet altijd alles publiek maken. Daardoor zijn we soms kwetsbaar voor beeldvorming. Het beeld dat de NOM niets wil, of geen risico neemt, kan zo makkelijk ontstaan of worden bevestigd.

Siem Jansen: 'Hij snapt het'!

 

Hoe risicovol te financieren en of we daarin de goede afweging maken, wordt beoordeeld door een onafhankelijke raad van commissarissen en een investeringscommissie. Daar zitten experts in en die moeten we kunnen overtuigen. In tegenstelling tot de beeldvorming horen we van hen regelmatig dat we behoorlijk risicovol bezig zijn. Dat blijkt ook wel uit het feit dat we regelmatig afscheid moeten nemen van bedrijven omdat ze het niet redden. Maar ook uit het gegeven dat we voor veel bedrijven een financiële voorziening getroffen hebben, blijkt dat we best risicovol investeren. Onze stroppenpot is, zeg maar, goed gevuld.

Juist omdat het een verrekte ingewikkeld proces is, zeker bij starters met nieuwe ideeën, moeten we uiterst secuur zijn. En inderdaad: een groot deel financieren we niet omdat het niet tot de doelgroep behoort en een deel valt af omdat we er geen vertrouwen in hebben. Maar gelukkig financieren we juist vernieuwende bedrijven veelal wel. Hoewel daar dus ook veel mis gaat, wat niet zichtbaar is.

Beeldvorming
We moeten in onze beeldvorming dus vaak balanceren en heel veel uitleggen. Uitleggen dat we juist wel risico’s nemen. Bemoeienis van de politiek met concrete voorstellen aan ons adres is daarom ook niet wenselijk. In dit onderstaande commentaar van de redacteur van het Dagblad van het Noorden is dit goed verwoord. Het is knap dat hij dit van een afstand zo goed aanvoelt. Volgens ons “snapt hij” de dilemma’s waar we mee worstelen.

‘Eigen’ NOM, 29 december 2015

COMMENTAAR
De overname van 50 procent van de NOM-aandelen van het ministerie van Economische Zaken (EZ) door de noordelijke provincies is overwegend positief ontvangen. Dat is begrijpelijk. Het belang van 0,03 procent dat Groningen, Friesland en Drenthe tot nu toe in de ontwikkelingsmaatschappij hadden, zette hen op grote afstand van de NOM. Daarbij kan in de nieuwe situatie door de NOM verdiend geld in het Noorden blijven, waar het Rijk nog vrij recent 20 miljoen euro als dividend aan zichzelf liet uitkeren. Dat geld kan goed worden gebruikt om ondernemers een duwtje in de goede richting te geven. Het is gepast dat de noordelijke provinciebesturen nu naast EZ op de bok zitten, maar de vraag is wel in hoeverre ze de teugels in handen willen nemen. NOM-directeur Siem Jansen zegt dat er vooralsnog niets aan de investeringscriteria verandert. De drie noordelijke gedeputeerden van economische zaken die het akkoord voorbereidden, hebben zich eerder beklaagd over het terughoudende beleid van de ontwikkelingsmaatschappij. Die zou teveel geld op de plank laten liggen en te hoge rendementseisen stellen. Het is legitiem dat bestuurders zo’n opvatting ventileren. Het is evenwel de vraag of provinciebestuurders over zo’n elementair onderdeel van de bedrijfsvoering zeggenschap moeten krijgen. Het behoud van een toereikend en betrouwbaar fonds vraagt om behoedzaamheid, continuïteit in beleid en specifieke kennis. Daarom moet de NOM geen speelbal worden van de wispelturigheid van de politiek en de persoonlijke dadendrang, die bij bestuurders niet zelden sterker is dan de rede. Dat maakt het noodzakelijk dat de noordelijke politici ook in de nieuwe verhoudingen een gepaste afstand tot de NOM in acht nemen. Het is aan de raad van commissarissen en de investeringscommissie (die de investeringen toetst) om het doen en laten van de NOM op de keper te beschouwen. Het wordt interessant of de Provinciale Staten van de drie provincies bij de discussie over het akkoord ook meer greep op de NOM zullen verlangen. Dan zal in belangrijke mate duidelijk worden of de verandering ook de kans krijgt een verbetering te worden.

John Geijp@ hoofdredactie@dvhn.nl


Meer lezen

Gerelateerde blogs


Aanmelden voor de NOMMER