Terug naar het overzicht

Sander Oosterhof: ‘The Internet of Things maakt voorspellen lastig’

Het internet der dingen (IoT) lijkt ineens groot nieuws. Voor heel veel mensen is het dat niet, het is wel logisch dat het een steeds grotere bekendheid krijgt want de ontwikkeling gaat heel snel. Dit laat ook de snelle uitrol van The Things Network in Groningen zien. IoT bestaat eigenlijk al heel lang, alhoewel in heel veel gevallen meer als een intranet der dingen.

In 1983 startte Robert Bosch GmbH met de ontwikkeling van het zogenaamde CanBus protocol. Met dat protocol worden (onder andere in auto’s) alle sensoren en apparatuur met elkaar verbonden. In een auto worden op ieder moment duizenden waarden gemeten en CanBus zorgt ervoor dat vervolgens de instellingen van de motor worden aangepast of de bestuurder een waarschuwing krijgt dat zijn deur niet goed dicht zit of dat het rechter dimlicht kapot is.

Wel meer auto’s maar niet meer files
De auto is nu ook aangesloten op het internet en dat staat nog maar aan het begin van haar ontwikkeling. Op 2 december 2015 stond op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden een artikel over de toekomstverwachting van het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving voor het jaar 2050. Ongetwijfeld staan daar veel zinnige dingen in. Ik lees echter ook een aantal dingen die mij zeer onwaarschijnlijk voorkomen. Eén daarvan is de bewering dat er in 2050 waarschijnlijk veel meer auto’s zijn en dat er daardoor veel meer files zullen staan. Dat eerste kan kloppen, dat tweede geloof ik totaal niet in. Het gaat namelijk voorbij aan alle technologische ontwikkelingen zoals het IoT. Die auto’s zien er namelijk helemaal niet meer uit als onze huidige heilige koe.

Zelfrijdende auto’s
Alle autofabrikanten zijn momenteel bezig met het ontwikkelen van zelfrijdende auto’s. Dat kan alleen door de auto met nog meer sensoren en intelligentie uit te rusten. Nog belangrijker is, dat je die auto’s ook met elkaar moet laten communiceren. Jouw eigen auto kan namelijk alleen dingen waarnemen die in zijn “gezichtsveld” zitten, maar de voetganger om de hoek niet.

Sander Oosterhof: 'The Internet of Things maakt voorspellen lastig'

Andere auto’s kunnen dat wellicht wel. Alle voertuigen bij elkaar kunnen een compleet beeld van de verkeerssituatie vormen en daardoor met slimme algoritmes zorgen dat iedereen op een slimme manier, zonder vertraging, van A naar B gaat.

Dat de auto een compleet beeld van de verkeerssituatie heeft zorgt voor een heel andere auto! Alle passieve veiligheid (kreukelzones, airbags en dergelijke) wordt vervangen door actieve veiligheid (want we rijden nergens meer tegenaan). Daardoor wordt de auto veel lichter en zuiniger. Ook kunnen auto’s op de snelweg sneller en dichter op elkaar rijden zodat de capaciteit van de weg toeneemt en de reisduur afneemt. Dat gaat op haar beurt een grote impact hebben op de behoefte aan openbaar vervoer zoals we dat nu kennen.

Van Groningen naar Barcelona
Hoe ziet een reis in 2050 er dan uit? Een vakantie naar bijvoorbeeld noordoost Spanje. De hele familie is er klaar voor en de pod staat voor de deur. De auto is een compact voertuig geworden, rijdt op waterstof dat via een brandstofcel wordt omgezet in elektriciteit en we noemen het een pod. Niet groot genoeg voor alle bagage helaas, daarom hebben we een bagagepod gehuurd en die is eerder vanochtend al vertrokken. In de daluren, dat is goedkoper. Via de reisapp is een slot besproken. Dat is een vrije ruimte in de vervoersstroom richting Spanje. De app begint al te zeuren dat we voort moeten maken want als we ons slot missen kunnen we pas over 73 minuten een nieuwe krijgen, het is namelijk druk. Gelukkig zijn we op tijd klaar, we stappen in en de pod zet zich in beweging. We zijn een beetje vroeg dus aangekomen op de expresweg worden we eerst in de langzame baan geplaatst terwijl op de snelle baan de voertuigen in treintjes met 250 km/u voorbij razen. Na 7 minuten vertelt de pod dat we gaan invoegen in de snelle baan en worden we keurig aan het eind van een treintje geplaatst. Onderweg moeten we een paar keer wisselen van expresweg. Dat betekent dat je terug wordt geplaatst naar de langzame baan, uitvoegt naar de nieuwe weg en daar weer in een snel treintje wordt geplaatst. En dat alles terwijl je onderweg gewoon een boek leest of een film bekijkt. Na bijna 6 uur reizen is de bestemming bereikt, de bagagepod staat ook voor de deur en de vakantie kan beginnen.

Zijn we er klaar voor?
Dit is maar 1 van de dingen die IoT mogelijk gaat maken. En misschien hoeven we wel helemaal niet tot 2050 te wachten. De technische ontwikkelingen gaan namelijk heel snel. Het is de vraag of de maatschappelijke acceptatie en het creëren van de wettelijke kaders dat kunnen bijhouden.