ECN en Energy Academy gaan gezamenlijk energietransitie vlottrekken
De Energy Academy Europe (EAE) en Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) gaan samenwerken op het gebied van onderwijs en onderzoek. Dat maakten beide instellingen deze week bekend. ECN-deskundigen gaan naar Groningen om college te geven, omgekeerd komen Groningse studenten onderzoek doen in de Pettense laboratoria. Maar de samenwerking moet ook uitmonden in een Gronings windturbinetestpark, en voor ECN deuren openen in het Midden-Oosten.
Robert Kleiburg, directeur research en development bij ECN en lid van de adviesraad van de Energy Academy, ziet duidelijk raakvlakken tussen ECN en de EAE. "Uiteindelijk hebben we een groot gemeenschappelijk doel: de energietransitie vlottrekken." De EAE heeft volgens Kleiburg "het ambitieuze plan" om de schakel te vormen tussen HBO en universiteit, tussen onderwijs, onderzoek en business development, en dat alles op regionaal, nationaal en internationaal niveau. ECN, dat zich volgens de directeur van overheidsorganisatie omvormt tot een marktgerichte organisatie, haakt graag bij die ambitie aan.
En ook voor de Energy Academy, de energie-onderwijsinstelling van de Rijksuniversiteit Groningen (Rug) en de Hanze Hogeschool, is de samenwerking goed nieuws. De samenwerking wordt door de marketing & communication manager van de EAE Charles van Santvoord omschreven als over en weer gebruikmaken van elkaars expertise. Om uit te groeien tot de leidende energieonderwijsinstelling in Europa, wat de ambitie is die Van Santvoord verwoordt, heeft de EAE "goed geoutilleerde partners" nodig. ECN is volgens de marketing manager zo'n waardevolle partner.
De Academy start komende september met de eerste onderwijsactiviteiten. De EAE is een soort school in een school -ECN-man Kleiburg spreekt van "een paraplu-organisatie". Er is bijvoorbeeld geen eigen gebouw, maar er wordt gebruik gemaakt van de faciliteiten van de Rug en de Hanze Hogeschool. Afstudeerders krijgen als ze klaar zijn ook gewoon hun Hanze- of Rug-diploma, legt Van Santvoord uit, geen EAE-diploma. Maar als de studenten die in energie hun specialisatierichting hebben gekozen met goed resultaat gebruik hebben gemaakt van het onderwijsaanbod dat de Energy Academy biedt, dan kan dat diploma worden vergezeld van een certificaat. Het is de ambitie van de Academy dat dit certificaat in heel Europa deuren opent.
Volgens Kleiburg behelst de samenwerking tussen de Pettense en de Groningse organisatie vier concrete punten. Zo willen ECN en de EAE een windturbinetestpark realiseren in Groningen, vergelijkbaar met het park dat ECN in Wieringermeer heeft staan. De nadruk moet komen te liggen op kostenreductie van offshore wind.
Daarnaast ziet Kleiburg aanknopingspunten tussen de jonge onderwijsorganisatie en ECN op het gebied van biomassa. Die hernieuwbare grondstof wordt een belangrijk thema voor de Energy Academy, en is dat al lang voor ECN. In Alkmaar werkt ECN samen met afval- en energiebedrijf HVC, Ballast Nedam, Taqa Energy, de provincie Noord-Holland en Gasunie aan een demonstratie-installatie voor de vergassing van biomassa om groen gas te produceren. Daarnaast moet in de Noord-Hollandse stad het Nederlands Expertisecentrum Biomassavergassing verrijzen.
Derde belangrijk punt voor ECN om met de Energy Academy samen te gaan werken is het Midden-Oosten. "Daar leven een aantal kwesties", stelt Kleiburg, waarbij ECN graag op commerciële basis zijn expertise voor aanbiedt. De directeur doelt op plannen van olie en gas producerende landen die hun eigen energievoorziening graag verduurzamen om zo de economisch waardevolle fossiele brandstoffen maximaal te kunnen blijven exporteren. ECN weet ook dat het EAE wordt geleid door Noé van Hulst. De afgelopen vier jaar was hij secretaris-generaal van het International Energy Forum (IEF), een in Rijadh (Saoedie-Arabië) gevestigd overlegorgaan van alle landen die iets voorstellen op het gebied van olie- en gasproductie en -consumptie.
Als vierde noemt Kleiburg het onderwijsaspect. ECN telt binnen de gelederen een aantal deeltijd-hoogleraren en lectoren. Een aantal van hen zijn al docent op de Hanze Hogeschool, en die activiteiten worden vanaf geïntegreerd in de Energy Academy. Of ook onderwijs-expertise aan de Rijksuniversiteit Groningen geleverd gaat worden, wordt nog bekeken. Omgekeerd reizen Groningse studenten naar onder meer Petten, Alkmaar en Eindhoven af om bij ECN stages en afstudeer- en promotie-onderzoek te doen. Dat is ook voor ECN interessant, aldus Kleiburg: "Wij zijn altijd op zoek naar mensen die een passie hebben voor duurzame energie".
Rijksuniversiteit Groningen bij Europese top
Een consortium met het Groningen Centre of Energy Law (Gcel), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, mag de komende vier jaar voor de Europese Commissie energie-onderzoek gaan doen. Het Gcel is samen met consortiumpartner Valdani Vicari & Associati als één van de vijf winnende consortia geselecteerd na een aanbestedingsprocedure. De Italiaanse partner heeft expertise op het gebied van transport, het Gcel is juridisch energie-expert. De komende vier jaar brengt de Europese Commissie al het relevante onderzoek onder bij één van de vijf consortia, legt directeur van het Gcel Martha Roggenkamp aan Energeia uit. Zij verwacht dan ook diverse onderzoeksopdrachten uit Brussel.
Source: Energeia,
13 juli 2012