Duits-Nederlandse samenwerking voor 'stevige impuls' aan groen gas
Vijf noordelijke Nederlandse provincies slaan de handen ineen met de aangrenzende Duitse deelstaten Niedersachsen en Nord Rhein Westfalen voor het project "Groen Gas". De grensoverschrijdende samenwerking, met ook 63 middelgrote bedrijven, kennisinstituten en gemeenten, moet een "stevige impuls" geven aan het grootschalig gebruik van groen gas als transportbrandstof en als normaal aardgas. Voor het project is EUR 7 mln Europese subsidie beschikbaar uit het Interrreg IV A-programma.
Het drie jaar durende project kost totaal EUR 10 mln en is opgesplitst in 18 deelprojecten om knelpunten in de waardeketen van groen gas op te lossen. Als voorbeelden van die knelpunten noemen de deelnemende partijen verbetering van het vergistingsproces ter verhoging van de gasproductie, distributie, met nieuwe concepten als de groen gas hub, wet- en regelgeving, en beschikbaarheid van nieuwe grondstoffen.
Het Duits-Nederlandse grensgebied neemt volgens de projectpartners een vooraanstaande positie in op het gebied van groen gas, met "talrijke initiatieven". Maar partijen stellen vast dat veel van de lopende en geplande ontwikkelingen nu "los van elkaar staan" waardoor de grootschalige introductie van groen gas minder vlot verloopt dan gewenst. Samenwerking over de grens moet hier verandering in brengen. De projectpartners stellen in het kader van de samenwerking vast dat Duitsland een voorsprong heeft op het gebied van productie en ook beschikt over "veel van de in te zetten technologieën". Nederland heeft volgens de partners "veel kennis op het gebied van gas en gasdistributie".
Het project komt voor een deel voort uit de Taskforce Groen Gas die de provincies Friesland, Groningen en Drenthe in 2010 oprichtten om het gebruik van groen gas aan te zwengelen en ervoor te zorgen dat de productie van groen gas tegen 2020 zal zijn toegenomen tot 500 mln kuub in Noord Nederland. Een hoge ambitie, want toen dat in 2010 besloten werd, was de productie in heel Nederland nog geen 16 mln kuub.
Het project wordt medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (Efro) en door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Ook de projectpartners dragen er financieel aan bij. Als provincies zijn Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland bij het project betrokken.
Source: Energeia,
14 mei 2012