Geld verdienen met chemische knowhow
De ene vezel is de andere niet. Dat blijkt wel uit de ontwikkelingen van twee Akzo-dochters uit Emmen. De aramidevezel was een special, die onder de vleugels van Tejin Twaron helemaal opbloeit, terwijl de polyestervezel van Diolen, een commodity, in 2008 na een kwakkelend bestaan ter ziele ging. Maar het lot van een enkel product zegt nog niets over de potentie van het bedrijf erachter. De opgebouwde kennis bij Diolen wordt sinds 2008 rendabel geëxploiteerd door API
Institute, een met durfkapitaal gefinancierde researchorganisatie die de boedel en, belangrijker, de hoogopgeleide chemici en ingenieurs overnam.
Veiligheidsgordels en bankbiljetten
‘Wij zouden graag de vrijwel nieuwe productielijn in gebruik nemen die hier al stond, want elke dag dat hij hier ongebruikt staat kost dat geld,’ vertelt directeur Onno Lint van API Institute, ‘maar dat zou voor standaardproducten met de felle concurrentie uit Azië op dit moment waanzin zijn. Grondstoffen, lonen, maar vooral energie- en milieulasten liggen daar veel lager.’ Dat weerhoudt API er niet van zwarte cijfers te schrijven. Het bedrijf doet research op aanvraag en stapt zelf in joint ventures voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Ook in huis wordt op kleine schaal geproduceerd: vezeltjes bijvoorbeeld die in waardepapier worden verwerkt om onder een UV-lamp de echtheid te bewijzen. En hippe, grondstofgekleurde veiligheidsgordels voor de door modehuis Gucci ontworpen Fiat 500 in de Verenigde Staten. Het bedrijf groeide in 3 jaar tijd van 10 naar 20 hoogopgeleide werknemers en heeft een omzet van ruim € 1,5 miljoen.
Biobased
Dat Chemie nu een topsector is in het noorden komt Lint goed uit: ‘Het betekent veel aandacht voor innovatie en voor biobased economy. Wat innovatie betreft, in de praktijk is lang niet alle kennis vrij voorhanden, maar er zijn wel meer mogelijkheden om met kenniscentra in consortia te werken. En biobased economy wordt steeds belangrijker, ook voor ons bedrijf. Je kunt uit suikerbieten en maïs polymelkzuur maken als grondstof voor flessen, garens en andere toepassingen. Het feit dat daar indirect de spotlight op staat, kunnen we benutten, al was het maar omdat dit voor iedereen nieuw is en makkelijker tot consortia en open innovaties leidt.’