Water: vele kleintjes maken één grote. Veel ruimte voor nieuwe initiatieven
Topsectoren bieden kansen .... en die moeten we grijpen
Een half jaar geleden benoemde het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 9 topsectoren die kunnen rekenen op extra steun en aandacht van het rijk. Vier daarvan hebben speciaal betekenis voor Noord Nederland: Water, Energie, Agro/Food en Chemie. In deze NOMMER belichten we deze vier vanuit het perspectief van de ondernemer: Wat is er gaande in die sector en wat schiet het bedrijfsleven op met deze status? Conclusie: die biedt kansen, en het is aan de ondernemers om ze ook te benutten.
Waterbehandeling is een tak van sport met zoveel zijtakken dat hij interessant kan zijn voor een keur aan kleine, initiatiefrijke ondernemers. Of het nu om zuivering gaat, om productie van drinkwater, het opschonen van proceswater of zout water zoet maken, het gaat steeds om het ontwikkelen en benutten van nieuwe technologie. Dat in de topsector water het noorden een belangrijke status heeft gekregen hangt nauw samen met waterinstituut Wetsus in Leeuwarden. Dat staat model voor de grote kennisconcentratie die in het noorden plaatsvindt.
Waterhub
De NOM zet in op het internationaal aantrekken van ondernemingen die op nieuwe kennis gebaseerd zijn. Onderzoek en investeringen moeten elkaar aanjagen. Het noorden moet de komende jaren voldoende kritische massa krijgen om internationaal een waterhub te worden waar dat proces zichzelf gaande houdt. De ambitie is om in 2020 in het noorden 2.000 kenniswerkers in de watertechnologie aan het werk te hebben. Daarnaast blijkt Noord Nederland door zijn arbeidsmentaliteit en de relatief lage arbeidskosten ook interessant te zijn voor productie. Daarmee zijn nog meer nieuwe banen gemoeid.Wateralliance Verder brengt de NOM alle regionale waterpartners bijeen om ook de bestaande bedrijven te ondersteunen en van extra groeimogelijkheden te voorzien. De partijen zijn gebundeld in de Wateralliance, gevestigd in Leeuwarden.
- Momenteel zijn in Noord-Nederland zo’n 50 watergerelateerde bedrijven actief, met een gezamenlijke omzet van enkele honderden miljoenen.
- Er zijn 6.000 banen mee gemoeid. waarvan 1.000 HBO-plus. Dat aantal wordt naar verwachting binnen tien jaar verdubbeld.
Focus op water biedt meer marge
Dirkse MilieuTechniek, DMT, uit Joure bestaat al sinds 1987, maar pas de afgelopen 8 jaar focust het bedrijf op energie en water. Daar blijkt meer winst te boeken met innovatieve oplossingen dan met het te brede pakket van alle vormen van de milieutechnologie. Toen eigenaar/directeur Erwin Dirkse het bedrijf van zijn vader overnam, stootte hij daarom een belangrijk deel van de werkzaamheden van DMT af: ‘We waren alleen maar bezig met maatwerk. Het was echt ‘U vraagt, wij draaien.’ Dat was qua marge niet interessant. Nu we focussen op 7 à 8 productlijnen krijgen we referenties en kunnen we eindelijk ‘in serie’ produceren.’
Zuiveringsinstallaties
DMT verkoopt technische oplossingen, die door productiebedrijven uit de regio worden omgezet in bijvoorbeeld filters, zuiveringsinstallaties voor lucht en water en behandelingsinstallaties voor biogas. Het grootste deel van de € 6 miljoen omzet komt uit export naar een aantal West Europese landen, Rusland en China. Inclusief de uitbestede productie biedt DMT werk aan zo’n 100 man. Water als topsector is een kans, maar die moet dan wel benut worden, vindt Dirkse: ‘Nu is het nog erg versnipperd, net als de bedrijvigheid in de watertechnologie. Het zou beter zijn om in te zetten op producten die ook beantwoorden aan de vraag van de markt, in plaats van het ontwikkelen van concepten waar niemand om vraagt. Nu krijgen alle niches een beetje en dus te weinig.’
Launching customer
Hij hoopt dat de status van topsector in elk geval leidt tot meer hooggeschoold personeel, en tot een overheid die durft op te treden als launching customer. Van de NOM verwacht hij dat die erin zal slagen om ook in het buitenland exportmogelijkheden te vinden. Netwerkinititatieven zoals de Wateralliance juicht hij toe. ‘Het is altijd nuttig om te kijken hoe je kunt samenwerken. Maar netwerk of niet, we moeten ons wel realiseren dat we maar een piepklein stukje zijn. Wel met groeipotentie, maar laten we eerlijk zijn: tegenover het grote buitenland stellen we nog weinig voor.’
Source: Nommer,
7 november 2011