HomeFDI NFIA en de ROM’s kunnen niet zonder elkaar

NFIA en de ROM’s kunnen niet zonder elkaar

Als een buitenlandse investeerder zich vestigt in Noord Nederland, dan is daar altijd een intensief acquisitieproces aan voorafgegaan. In de regio staat de schijnwerper dan vaak op de NOM, die de laatste stapjes heeft gezet om het bedrijf binnen te halen. Maar dat zou nooit mogelijk zijn zonder het wereldwijde netwerk van de NFIA, de Netherlands Foreign Investment Agency van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Nederland Algemeen

‘Weet je wat het verschil is tussen Amerikaanse en Aziatische bedrijven? Bij de Aziaten is het heel belangrijk dat je regelmatig je gezicht laat zien. De Amerikanen verwachten een concreet voorstel als je langskomt. Dat zijn dingen waar je je wel van bewust moet zijn,’ vertelt EZ-commissaris Bas Pulles, die de NFIA leidt, in zijn werkkamer in Den Haag. Die staat vol met trofeeën van Aziatische makelij, ter herinnering aan de opening van een buitenlandse vestiging. Ze geven aan dat het voor de acquisitie van bedrijven echt in het buitenland moet gebeuren. Het is veldwerk.

Buitenkantoren
De buitenkantoren van de NFIA staan vooral in Noord Amerika en Azië. Dat zijn de vijvers waar de grootste vissen zwemmen als het gaat om investeringen in Europa. Als Aziatische of Amerikaanse bedrijven de ambitie tonen om ergens in Noordwest Europa een vestiging te openen, zijn de mensen van de NFIA er als de kippen bij om de vestigingsvoordelen van Nederland onder de aandacht te brengen. Pulles: ‘Ons belang is dat er zoveel mogelijk buitenlandse investeerders naar Nederland komen. In welke regio dat uiteindelijk gebeurt, komt pas in een later stadium aan de orde.’ In hoeverre buitenlandse investeringen tenslotte op het conto van de NFIA of de ROM’s te schrijven zijn, is niet belangrijk, omdat ze samen aan hetzelfde doel werken. Het is ook niet uit te rekenen, legt Pulles uit: ‘We hebben in ons bestaan duizenden bedrijven geholpen met factfinding, het wegnemen van fiscale barrieres of het zoeken naar vestigingslocaties. Of de komst van een bedrijf
helemaal toe te schrijven is aan ons werk of dat van de ROM’s kun je niet zeggen, wel dat wij daarbij vaak een grote rol hebben gespeeld.’

Regio
Zodra de NFIA een potentiële investeerder in het vizier heeft, wordt in Den Haag door Pulles en de zijnen snel besloten welke regio in Nederland het meest in aanmerking komt. Pulles: ‘Soms levert dat wel een dilemma op, maar meestal is wel helder in welk gebied we het moeten zoeken. Het kan ook zijn dat de klant daar zelf al een keuze in heeft gemaakt. Dan wordt de betreffende ROM of overheid ingeseind, die dan via intranet precies kan zien hoe het contact met het bedrijf verloopt. Al snel neemt zo’n gemeente of ontwikkelingsmaatschappij het stokje dan van ons over, want die zijn veel beter toegerust om de relevante informatie te verstrekken en eventuele hindernissen weg te nemen.’ Voor de NOM doet de afdeling InvesteringsBevordering dat. Manager InvesteringsBevordering Sander Oosterhof beschouwt de NOM en de NFIA als een onlosmakelijke tandem: ‘Zij komen in veel gevallen met de lead, tenzij het zo’n specifiek terrein is, zoals bijvoorbeeld Water, dat wij daar vanaf het begin al bij betrokken zijn. Vervolgens pakken wij het op. Omdat er totaal geen concurrentie tussen ons is, werken we perfect samen. We houden elkaar op de hoogte en daarmee versterken we elkaar
zonder elkaar voor de voeten te lopen.’

Coördinatie
Het gaat er natuurlijk om de bedrijven met argumenten over de streep te trekken. Schermen met investeringspremies en andere douceurtjes is verleden tijd, het moet nu komen van daadwerkelijke vestigingsvoordelen, zoals de hoogopgeleide arbeidsmarkt, de gunstige ligging of de beschikbare ruimte. Welke regio daartoe het eerst zijn kaarten op tafel mag leggen, bepaalt de NFIA. Pulles: ‘Wij coördineren dat proces. Heel soms blijkt achteraf dat een andere regio net dat kantoor had klaarstaan waar zo’n bedrijf behoefte aan had en dat is dan jammer, maar meestal voorkomt deze werkwijze dat de regio’s elkaar in de weg lopen. Je kunt een bedrijf moeilijk in twee dagen heel Nederland laten zien. Pas als duidelijk wordt dat een
bedrijf het bijvoorbeeld niet in Noord Nederland zoekt en dus naar België kijkt, schakelen we de LIOF in en wijzen wij op de voordelen van Brabant of Limburg.’

Trends
Omdat het economische tij tegen zit, is veel werk van de NFIA en in haar kielzog de ROM’s momenteel defensief: voorkomen dat hoofdkantoren banen schrappen in Nederland. Daarbij zijn de plaatselijke directies natuurlijk een medestander en moeten de Boards in New York en Tokyo overtuigd worden. Maar Pulles ziet wel weer kansen opdoemen in Azië: ‘Je merkt dat de grotere concerns daar met een offensievere blik herstructureren en dus wel willen investeren in research. Als het dan bijvoorbeeld om water of energie gaat is dat weer een kans voor Noord Nederland. Daar is veel kennis aanwezig die aansluit op de behoefte van de internationals. En er is ook nog relatief veel ruimte voor productie.’

Investor Development
Soms werkt de keten niet van buiten naar binnen, maar andersom. Sinds een aantal jaren werken de NOM (net als de andere ROM’s) en de NFIA met het Investor Development Programma. Buitenlandse bedrijven worden minimaal een keer per jaar, maar meestal vaker, benaderd met de vraag of er nog wensen, plannen of mogelijk problemen zijn waar de NOM, en eventueel de NFIA, mee zouden kunnen helpen. Dat kan leiden tot het doorontwikkelen van een bedrijf, of, in moeilijke tijden, tot het behoud van banen die anders verloren zouden gaan. Sander Oosterhof: ‘Zo hebben we intensief samengewerkt voor glasvezelproducent PPG in Hoogezand. Eerst hebben we geholpen met de aanvraag van deeltijd-WW zoals veel bedrijven die nodig hadden. We kregen ook te horen dat de vestiging argumenten nodig had bij het moederbedrijf om te blijven produceren. De NOM en de NFIA hebben vervolgens een marktonderzoek ondersteund dat ervoor zorgde dat de directie in de VS de vestiging positief beoordeelde. De NFIA zette bovendien haar netwerk in om te bemiddelen ten aanzien van een anti-dumping claim namens de glasvezelproducenten, waaronder PPG, in de EU. Al deze inspanningen scheelden tenslotte ruim 600 banen in de regio.’

Wat je van ver haalt ...
Buitenlandse investeerders zijn niet alleen belangrijk door het aantal banen dat ze met zich meebrengen, ze leveren ook een grote bijdrage, van 30%, aan alle R&D in Nederland. Ze zorgen er bovendien voor dat onze aansluiting met de internationale netwerken van bedrijven en universiteiten sterker wordt. In Noord Nederland belandden de afgelopen jaren niet zozeer veel, als wel grote buitenlandse bedrijven, zoals Google, Kikkoman en Teijin. Doordat het om een paar
grote vissen gaat, lijkt het weleens of er relatief weinig nieuwe internationale bedrijven in het noorden neerstrijken, maar gerekend naar het aantal banen (697 in 2010) op een landelijk totaal van een kleine 4.000 in 2010, doet Noord Nederland het uitstekend.

 

Bron foto: Energizing the future

Source: NOMMER 10, 1 juni 2011

Abonneer u op NOMMER

NOMMER is het magazine van de N.V. NOM en speciaal bedoeld voor relaties en iedereen die geïnteresseerd is in de activiteiten van de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland.

AbonnerenAlle publicaties »

Ontvang onze e-nieuwsbrief

Aanhef 


Neem contact met ons op

Telefoon +31(0)50 521 44 44
Fax +31(0)50 521 44 00
E-mail info@nom.nl

Alle contactgegevens »

Volg de NOM ook via