HomeAgro Food Voeding voor de noordelijke economie

Voeding voor de noordelijke economie

Agrifood

De noordelijke regio telt duizenden landbouwbedrijven en honderden ondernemingen die land- en tuinbouwproducten verwerken of er producten voor op tafel van maken. Toch ontbreekt een goed beeld van de Agro-Food-sector en mist een overzicht van verbanden en netwerken. Inzicht daarin is echter van groot belang om innovatie te stimuleren en de concurrentiepositie van de Agro-Food te versterken. Daar wil de NOM verandering in brengen.

Eerst een korte schets: 5.000 vee- en akkerbouwbedrijven tellen de drie noordelijke provincies; daarnaast houden bijna 800 bedrijven zich volgens de Noordelijke Kamervan Koophandel bezig met verwerking van land- en tuinbouwproducten; tevens is een reeks internationaal toonaangevende ondernemingen in de zuivel, suiker en zetmeelindustrie in de regio gevestigd. En laten we niet al de afgeleide bedrijvigheid vergeten: de machinebouwers, loonbedrijven en andere dienstverleners in de Agro-Food.

Dat het hier gaat om een sector van vitaal belang voor de noordelijke regio staat buiten kijf, zeggen Joep de Vries en Herman de Vries van de NOM. Joep houdt zich bezig met buitenlandse investeringen gerelateerd aan de foodsector en Herman is projectmanager Food Future.Beide NOM-medewerkers onderstrepen de omvang van de werkgelegenheid (25.000 banen) in de Agro-Food en de toegevoegde waarde (6 miljard) van de bedrijfstak voor de noordelijke economie. Het is een ambitieuze doelstelling die de NOM zich in dit verband heeft gesteld. ‘We willen deze van oudsher belangrijke regionale industrie nog beter neerzetten’, verklaart Joep de Vries. De NOM haakt hiermee aan bij het rijksbeleid dat Agro-Food als een van de negen topsectoren heeft aangewezen. Een logische keuze, aangezien deze keten een van de kurken is waar de nationale economie op drijft. Het Nederlandse Agro-Food-complex telt internationaal ook mee, met een exportaandeel van de totale sectorproductie van circa zeventig procent. En de groei is er dankzij met name de toename van de wereldbevolking en groei van welvaart in armere landen nog niet uit.

Wil de sector haar internationaal sterke concurrentiepositie echter behouden, dan is groei van productiviteit en dus innovatie van wezenlijk belang. Momenteel geeft de NOM handen en voeten aan het beleid dat is gericht op versterking van die innovatiekracht van de Agro-Food in de noordelijke regio.

Winst
Joep de Vries: ‘Dat heeft ons in de eerste plaats tot het inzicht gebracht dat een goed overzicht van de Agro-Food ontbreekt. We hebben getracht de Agro-Food-keten in kaart te brengen. Dat leidde tot de conclusie dat vooral winst is te boeken door versteviging van de relatie tussen dat deel van de sector dat landbouwproducten verwerkt en de bedrijvigheid in de fase daarna: de fabrikanten van consumentenproducten. Daar liggen de mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe producten en processen het meest voor de hand’, stelt De Vries. Voor de gehele Agro-Food-keten geldt dat de NOM, samen met het bedrijfsleven, op zoek gaat naar hiaten en die tracht op te vullen. Herman de Vries: ‘Daarbij zoeken we naar logische combinaties. De basis onder zwakke elementen moet worden verbeterd en sterke kanten zullen we verder verstevigen. We willen identificeren waar effectiever en efficiënter geproduceerd kan worden.’ Op de achtergrond van het Agro-Food-programma van de NOM speelt een aantal ideeën. Zo loopt de noordelijke regio voorop in de toepassing van precisielandbouw. Denk aan teeltmonitoringsystemen van Dacom. De kennis die hier beschikbaar is over dat onderwerp schept mogelijkheden voor efficiencyverbetering op akkers en ook in stallen.

Het Agro-Food-programma zet ook in op verdere verduurzaming van de landbouwproductie, want veel van wat van het land komt, blijft nog onbenut. Waarom zou immers geen biogas van bietenloof gemaakt kunnen worden? Ook wordt in dit verband gedacht aan benutting van landbouwproducten en biomaterialen voor de fabricage van bijvoorbeeld verpakkingen. Via deze ideeën lopen ook lijntjes naar andere NOM-projecten zoals Smart Dairy Farming en NPAL, beide gericht op slimmer en effectiever produceren. En zo zijn er nog meer kansen.

Bemiddelaar
De NOM vervult in dit geheel vooral de rol als intermediair, benadrukt Joep de Vries. ‘In Agro-Food-verband bemiddelen we incidenteel naar subsidies en we kunnen financier zijn, maar het is vooral ons wijdvertakte netwerk dat belangrijk is voor ondernemers. Dankzij dat netwerk zien we verbanden en kunnen we koppelingen maken die anders niet, of minder snel tot stand komen. Wij willen ondernemingen laten excelleren en ons netwerk is daarbij voor ondernemers een nuttig instrument.’ De hoofdlijnen voor het beleid om de Agro-Food-keten te stimuleren zijn daarmee uitgezet, de NOM zit nu midden in het proces van nadere invulling van de ideeën. Daarbij wordt ook telkens gekeken naar waar aansluiting mogelijk
is bij het nationale programma voor de topsectoren.

Food Future
Een van de onderdelen van de politiek van de NOM ter versnelling van de ontwikkelingen in de Agro-Food, is het project Food Future. Eind vorig jaar is dit programma van start gegaan en de eerste resultaten zijn volgens projectmanager Herman de Vries bemoedigend: ‘Het is wat snel om nu al te zeggen dat nieuwe arbeidsplaatsen zijn ontstaan, maar zeker is wel dat via de activiteiten die we tot nu toe hebben georganiseerd, bedrijven bij elkaar zijn gebracht en dat die samen initiatieven zijn gaan ontwikkelen.’ Food Future is een grensoverschrijdend zogeheten Interreg-project, dat is opgezet voor mkb-bedrijven in de voedingsmiddelenbranche in de Nederlands-Duitse grensregio. In het Noorden betreft het ongeveer honderd
zelfstandige ondernemingen. Voor dit programma is circa zes miljoen euro Europese subsidie beschikbaar. Naast de NOM doen ook de collega-investerings- en ontwikkelingsmaatschappijen Oost NV en LIOF mee, evenals Duitse partnerorganisaties en een hele serie kennisinstellingen. Tevens is er een levendige uitwisseling met het Wageningse Food Valley-programma.

Het is een doeltreffend middel dat helpt bij de ontwikkeling van nieuwe producten en processen’, licht Herman de Vries toe. Het belang ervan is groot, benadrukt hij nog maar eens. ‘Wat we consumeren wordt steeds vaker van elders gehaald. Bedrijven die concurrerend willen blijven en hun positie ook willen verstevigen zijn gedwongen via nieuwe producten en innovaties nichemarkten te vinden. Bedrijven die dat slim aanpakken kunnen nog steeds een goede boterham verdienen.’
Food Future houdt het voor de bedrijven eenvoudig. Een simpele aanvraag voor het inschakelen van een expert of het laten opstellen van een innovatieadvies volstaat ter beoordeling door het Food Future-team. Gaat het om grotere innovatieprojecten dan beslist een expertpanel over verlening van subsidie. Die wordt slechts toegekend onder de voorwaarde van co-financiering door het bedrijf zelf. De subsidiebedragen, tot een maximum van 150.000, zijn voor mkb-bedrijven bijzonder aantrekkelijk, aldus Herman de Vries. ‘Een op biologische leest geschoeide groentesnijderij in Orvelte bijvoorbeeld, werkt aan een sulfietvrije manier van aardappelen verpakken. Dat is maar een klein bedrijf, zonder de subsidie hadden
ze hun technisch onderzoek niet of maar moeilijk kunnen doen.’

Het netwerk van de NOM vervult ook hier weer een voorname rol. ‘Bedrijven weten dat de NOM toegevoegde waarde heeft’, vult Joep de Vries aan. ‘Simpelweg omdat wij deuren kunnen openen die anders dicht blijven.’ Over het belang van de Agro-Food-sector in het Noorden gesproken: Wist u dat de meeste vlaaien helemaal niet uit Limburg komen, maar in Bolsward worden gebakken? We bedoelen maar.

Geïnteresseerd? Neem contact op met Herman de Vries via (050) 521 44 23 of hdevries@nom.nl of Joep de Vries via (050) 521 44 29 of jdevries@nom.nl.

‘Innoveren is telkens een stapje voorwaarts maken’
‘Het Noorden telt een flink aantal Agro-Food-bedrijven dat meetelt, ook internationaal. Het is daarom een goed idee om als regio aan te haken bij het rijksinitiatief gericht op de topsectoren, waarvan Agro-Food er een is. In de recht-toe-recht-aan-voedselproductie zal de rol van Nederland afnemen. Nu al komt een groot deel van bijvoorbeeld onze groenten uit China en varkensmesterijen in verder weg gelegen landen zullen steeds vaker ons consumptievlees produceren. We kunnen echter wel degelijk een functie vervullen in de productie van kwalitatief hoogwaardig voedsel met een hoge toegevoegde waarde. De markt daarvoor groeit wereldwijd, vooral door groei van een middenklasse in voorheen arme landen. Met een innovatieve houding kan de Nederlandse Agro-Food op die belangrijke markt haar positie versterken. Ik zie innoveren als telkens een stapje vooruit maken. Zo zoeken wij naar verbreding van ons productieproces en uitbreiding van marktgebied. We onderzoeken of we zelf de verpakking van het vlees kunnen verzorgen, wat een ingrijpende aanpassing van ons productieproces zal vergen. Ook willen we de Duitse markt op. Met alleen al in het Ruhrgebied een afzetmarkt van 50 miljoen mensen is dat natuurlijk interessant. Participeren in het NOM-project Food Future biedt ons de ondersteuning om die stappen te maken, via innovatieadvies, haalbaarheidsstudies of samenwerking met Duitse partners. Het verlaagt de drempel voor het innovatieproces en versnelt invoering van vernieuwingen.’ Jurrie Rötgers Algemeen directeur Van Ruiten Food, Leeuwarden, producent van bewerkte vleesproducten voor de groothandel.

‘Niet telkens opnieuw het wiel uitvinden’
‘Een kenmerk van de huidige landbouw is dat de dynamiek enorm is toegenomen. Onder meer door globalisering, de opkomst van bio-energiegewassen en ontkoppeling van toeslagrechten en productie. Die nieuwe omstandigheden stellen hoge eisen aan flexibiliteit van agrariërs en industrie. Tegelijkertijd opent het mogelijkheden om - ook in de bulkproductie - verder te specificeren in kwaliteit en productdiversificatie. Precisielandbouw biedt mogelijkheden om in te zoomen op specifieke eisen aan kwaliteit of kwantiteit van producten. Niet alleen verderop in de productieketen liggen dus mogelijkheden voor het creëren van meer toegevoegde waarde. Dat kan ook bij de primaire productie. Onder de naam IJkakker is HLB, samen met andere kennisinstellingen en partijen uit de agro-keten in gesprek met de NOM om een programma te vormen met consortia aan bedrijven. Via sensor- en meettechnieken zoeken we daarin naar verbetering van kwaliteit, gerichte kwantiteit
en verlaging van milieubelasting van landbouw. Het biedt boeren bijvoorbeeld de mogelijkheid plaatsspecifieke maatregelen te nemen. Maar ook andere partijen in de agroketen hebben er baat bij. Denk aan betere beheersing van waterkwaliteit door waterschappen of betere sturing op productkenmerken door verwerkende industrieën.

We inventariseren ook welke andere projecten op dit gebied zijn opgezet. Want kennis die in het ene project is vergaard, wordt lang niet altijd benut op een andere plaats. Dat is jammer, het is nergens voor nodig dat het wiel op meerdere plaatsen opnieuw wordt uitgevonden.’ Janny Peltjes Algemeen directeur van HLB (Hilbrands Laboratorium voor landbouwkundig onderzoek) in Wijster.

Bron foto: NL Agency

Source: NOMMER 10, 1 juni 2011

Abonneer u op NOMMER

NOMMER is het magazine van de N.V. NOM en speciaal bedoeld voor relaties en iedereen die geïnteresseerd is in de activiteiten van de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland.

AbonnerenAlle publicaties »

Ontvang onze e-nieuwsbrief

Aanhef 


Neem contact met ons op

Telefoon +31(0)50 521 44 44
Fax +31(0)50 521 44 00
E-mail info@nom.nl

Alle contactgegevens »

Volg de NOM ook via

LinkedInRSS feed