
Grote spelers in de chemie, zoals AkzoNobel en DSM, zitten op het vinkentouw om over te stappen op biobased grondstoffen.
De infrastructuur in Noord-Nederland is uitermate geschikt voor het telen en verwerken van dergelijke plantaardige of dierlijke stoffen. Productieruimte, kennis en verwerkingsfaciliteiten zijn allemaal aanwezig in het noorden. Alleen de kosten zitten nog tegen. Dat bleek woensdag op een bijeenkomst van de Noordelijke investering- en ontwikkelingsmaatschappij in Leek. Jos Keurentjes, directeur technologie van de industriële chemiepoot van AkzoNobel, noemde de omschakeling naar biobased nog slechts een kwestie van tijd „al is dat voor AkzoNobel niet zomaar gebeurd”. De omslag zal volgens emeritus professor Alle Bruggink vooral afhangen van het kostenplaatje. Doorstijgende olieprijzen maken de nu nog dure verwerking van biobased grondstoffen onrendabel maar dat verandert snel als het omslagpunt in zicht komt, verwacht hij. Naast de verwerking van vetten en suikers komt ook eiwit steeds meer in beeld als basisproduct. „Dat zijn we nu nog een beetje vergeten”, aldus de scheikundige en oud-DSM-medewerker. Akzo-topman Keurentjes verwacht dat bij verwerking van biobased grondstoffen de concurrentiestrijd tussen voedselproductie en agrarische productie voor andere doeleinden blijft opspelen. Maar door slim combineren kan de maatschappelijke acceptatie van het gebruik voor die doeleinden verbeteren. De chemische industrie verwerkt bijvoorbeeld biomassa eerst tot niche-producten, waarna de restanten worden gebruikt voor energieopwekking.
Oplossen
AkzoNobel wil de inzet van plantaardige grondstoffen verbreden, vertelde Keurentjes. „In onze verven zitten steeds meer van dergelijke biobased grondstoffen, dat is ook mogelijk voor andere chemicaliën.” Naast polymeren liggen er volgens hem nog veel andere mogelijkheden, zoals voor de productie van organische oplosmiddelen en etheen. Hij schetste een toekomst waarin hairspray niet meer uit ethyleen wordt vervaardigd, maar uit bio-ethanol. De verwerking hiervan en ook van andere producten zit allemaal in Delfzijl, benadrukte Keurentjes. Met behulp van de Noordelijke agrosector, de ook hier aanwezige chemische- en procesindustrie en naburige kenniscentra als de Rijksuniversiteit Groningen is er volgens Keurentjes veel mogelijk. „Veel traditionele chemiebedrijven voelen zich in de agrochemie nog beperkt op hun gemak. Maar ze zijn wel geneigd om partnerschappen te sluiten met grote agroketens. Ze willen zo grip krijgen op de voorkant van de keten, om er zeker van te zijn dat ze op het juiste moment over de juiste grondstoffen kunnen beschikken.” Het probleem is volgens hem dat dergelijke investeringen direct geld moeten opleveren en dat is met biobased grondstoffen vaak nog niet mogelijk. „Maar als je niet instapt, dan lig je eruit. De ontwikkelingen gaan nu zo snel dat het speelveld snel verandert.”
Kartrekkers
Bruggink riep de agrosector op kartrekkers te leveren, om ook vanuit de agribusiness grip op de ontwikkeling van de biobased economy te houden. Zo moet er nieuwe regelgeving komen om andere verwerkingstechnieken mogelijk te maken. „De huidige wetgeving is nog doordrenkt van olie. In de beginfase zal de landbouw dan ook op de bagagedrager zitten van de chemiesector, maar dat kan later andersom worden. Dat vergt wel een eigen agenda voor de agrosector.” Waarnemend voorzitter Henk Brink van LTO Noord zag het iets genuanceerder. „Wie leidt maakt niet zo veel uit, als we elkaar maar vinden”, stelde hij diplomatiek. Dat de overheid zowel de chemie, als de agro- en de energiesector tot economisch topgebied heeft verklaard, is al een opsteker, aldus Brink. Commissaris Max van den Berg van provincie Groningen constateerde dat de landbouw het blikveld al verlegt. „Nu voert natuur nog vaak de boventoon in die overgang van de agrarische sector. Maar productie voor de chemie is ook een mogelijkheid, al snap ik wel dat dit niet voor iedere boer iets is.” De komende jaren is in Noord-Nederland zo’n 50 miljoen euro beschikbaar om via projecten de biobased economy meer leven in te blazen. Dan ben je er nog niet, vond Van den Berg. „We zitten er vaak nog te klassiek in. We moeten niet alleen maar leuke projecten verzinnen, maar de omstandigheden zo conditioneren dat alle spelers het zelf willen trekken.”
Meer informatie
Wereldwijd is er de roep om de economie te vergroenen. Initiatieven schieten overal de grond uit, en de verwachting is dat over een jaar of twintig veel producten worden gemaakt uit groene grondstoffen in plaats van uit aardolie. En dat proces zal steeds verder gaan. Kijk voor meer informatie hier voor de factsheet Biobased Economy in Noord-Nederland.
Source: Nieuwe Oogst, editie Noord / NOM, 4 april 2011
Vorig item: 9 mei 2011
Forse uitbreiding PPG Industries ChemicalsVolgend item: 1 april 2011
Boeren nieuwe leveranciers voor chemische industrieNOMMER is het magazine van de N.V. NOM en speciaal bedoeld voor relaties en iedereen die geïnteresseerd is in de activiteiten van de investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland.
AbonnerenAlle publicaties »Telefoon +31(0)50 521 44 44
Fax +31(0)50 521 44 00
E-mail info@nom.nl
NVNOM
Slimme meter zorgt voor nieuwe dienstverlening http://t.co/GU6GAYrK
Wed May 16 12:12:02 +0000 2012